
47Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen
hierboven genoemde afstand tot uw lichaam. Voor het met succes overdragen van
gegevensbestanden of berichten, vereist dit toestel een goede netwerkverbinding met
het netwerk. In bepaalde gevallen kan overdracht van gegevensbestanden of berichten
worden uitgesteld tot een verbinding beschikbaar is. Zorg dat de bovenstaande
afstanden in acht worden gehouden totdat de overdracht voltooid is. Onderdelen van dit
toestel zijn magnetisch. Metalen objecten kunnen worden aangestrokken tot dit toestel,
en personen met toestellen mogen het toestel niet bij het oor met het hoorhulpmiddel
houden. Plaats creditcards of andere magnetische opslagmedia nooit bij het toestel,
omdat de gegevens op de kaart dan gewist kunnen worden.
Medische apparatuur
Het gebruik van apparatuur dat radiosignalen uitzendt, zoals mobiele telefoons, kan
storing veroorzaken op onvoldoende afgeschermde medische apparatuur. Raadpleeg een
arts of de fabrikant van het medisch apparaat om te bepalen of het apparaat afdoende is
afgeschermd tegen externe rf-energie of als u andere vragen hebt. In zorginstellingen
dient u het toestel uit te schakelen als dat daar gevraagd wordt. Ziekenhuizen of
zorginstellingen kunnen gebruik maken van apparatuur die gevoelig is voor externe
rf-signalen.
Pacemakers. Fabrikanten van pacemakers adviseren een minimale afstand van 15,3 cm
(6") tussen draadloze toestellen en een pacemaker, om te mogelijke storing op de
pacemaker tegen te gaan. Deze aanbevelingen komen overeen met het onafhankelijk
onderzoek door en aanbevelingen van het Wireless Technology Research. Personen met
pacemakers moeten de volgende instructies opvolgen:
• Houd het toestel altijd ten minste 15,3 cm (6") verwijderd van de pacemaker.
• Draag het toestel nooit in de buurt van uw pacemaker als het toestel is
ingeschakeld. Mocht u storing vermoeden, schakel het toestel dan uit en
verwijder het.
Hoortoestellen. Bepaalde digitale draadloze toestellen kunnen storing veroorzaken op
bepaalde hoortoestellen. Mocht storing optreden, neem dan contact op met uw
netwerkaanbieder.
Voertuigen
Rf-signalen kunnen onjuist gemonteerde of onafdoende afgeschermde elektronische
systemen in motorvoertuigen beïnvloeden. Denk aan elektronische
brandstofinjectiesystemen, elektronische antislipsystemen, elektronische
snelheidsregelaars en airbags. Voor meer informatie, vraag de fabrikant of de
vertegenwoordiger van uw voertuig of van gemonteerde apparatuur.
Alleen gekwalificeerde reparateurs mogen het toestel repareren, of het toestel in een
voertuig monteren. Onjuiste montage of reparatie kan gevaarlijk zijn en eventuele
garantie op het toestel ongeldig maken. Controleer regelmatig of alle draadloze
apparatuur in uw voertuig correct gemonteerd is en goed functioneert. Bewaar geen
ontvlambare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen in het zelfde compartiment.
Als uw auto beschikt over een airbag, vergeet dan niet dat airbags met grote kracht
worden opgeblazen. Plaats nooit objecten, zoals een carkit of draagbare draadloze
apparatuur, op de airbag of in de ruimte waar de airbag wordt opgeblazen.
Als draadloze apparatuur in het voertuig onjuist is gemonteerd en de airbag wordt
opgeblazen, kan ernstig letsel het gevolg zijn. Het is verboden het toestel aan boord van
een vliegtuig te gebruiken. Schakel het toestel uit voordat u aan boord gaa van een
vliegtuig. Het gebruik van draadloze apparatuur in een vliegtuig kan gevaarlijk zijn voor
de besturing van het vliegtuig, het draadloos telefoonnetwerk verstoren en kan zelfs in
strijd met de wet zijn.
Comentários a estes Manuais